September is begonnen
...dus het is hoog tijd voor de jaarlijkste herfstdip.
Ja mensen, het is weer zover! Het zonnige weer geeft nog geen enkele aanleiding, maar de maand september is begonnen, de scholen dwingen ons weer de wekker godsallemachtig vroeg te zetten, deadlines vliegen je weer om de oren, dus hier is, en ik wil graag een groot applaus, de HERFSTDIP!
Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar voor mij is het niet zozeer de winterdepressie die me elk jaar weer nekt, maar wel dat moment aan het eind van de zomer dat je zonder waarschuwing keihard die afgrond ingekeild wordt. De vakantie is voorbij, er is niks meer om je op te verheugen (want sorry, maar de herfstvakantie is echt een snertvakantie, met z’n regen en wind en al die kutbladeren), van het een op het andere moment zit je weer in achtendertig appgroepen met ouders van je dochters klas, de zwemtraining, kinderfeestjes (“Hoi, Anne-Fleur wordt 9 en wil dat graag vieren met Hazel, Raaf, Poekie, Lorelai en Emanuella op 132 september.” “Oh leuk!” “Poekie heeft er zin in!” “Heeft Anne-Fleur nog wensen?” “Aaaah wat jammer Lorelai heeft dan turnwedstrijd. Kan het nog verzet worden? Ze is er graag bij!”), en krijg je de meldingen niet snel genoeg gemute om geen directe hartkloppingen te krijgen.
Het schooljaar is weer begonnen.
En daarmee ook de symbolische overgang naar de herfst. Die lange, gure, kloteherfst, die - als je even pech hebt - in Nederland ongeveer 8 maanden duurt. Noem mij een watje (of, zoals mijn vader altijd zegt, “van suiker”), maar mij krijg je met geen stok, wat zeg ik, geen brandende pook de regen in. Het zal iets te maken hebben met het feit dat ik opgroeide in een minidorpje waar slechts 8 bussen per dag gingen, en dat ik daarom zes jaar lang naar de middelbare school moest fietsen door weer en wind (15 kilometer heen, 15 kilometer terug, mind you), maar ik heb tijdens die eindeloze fietstochten door tegenwind en striemende regen tegen mezelf gefluisterd dat ik zodra ik het huis uit ging NOOIT MEER door de regen hoefde van mezelf. En daar heb ik me aan gehouden. Ik haalde mijn rijbewijs, kocht meteen mijn trouwe Starlet, en sindsdien ben ik een luxepaard. Voor zover je een bejaarde Starlet luxe kunt noemen, natuurlijk.
Ik vind niets zo deprimerend, ergerlijk en vernederend als natregenen. Hier thuis lachen ze me erom uit, dat ik altijd begin te vloeken zodra ik buiten ben en ik voel een druppel, en dat ik blijf vloeken tot het moment dat ik thuis in een warm bad zit. Als het regent hoeft mijn dochter niet te fietsen naar school. Ik weet het: het is geen goed voorbeeld, en ik kweek vast een slap kind enzo, maar de waarheid is dat ik zelf gewoon niet door de regen wil fietsen, ook niet om een goed voorbeeld te geven. Ik heb eindeloos ontzag voor alle bakfietsmoeders die met een zesdelig regenpak door de oktober-moesson hun kroost komen afleveren, maar ik begin er niet aan. Simpelweg omdat het niet hoeft, en in sommige dingen ben ik gewoon, nou ja, een beetje onbeweeglijk. Zullen we maar zeggen.
En daar komt meteen de herfst om de hoek kijken. Elk jaar, wanneer de herfstdip zich aandient, proberen lieve omstanders met de beste bedoelingen me ervan te overtuigen dat de herfst heus z’n mooie kanten heeft. Wandelingen door een prachtig kleurend herfstbos, bijvoorbeeld. Als ik daaraan denk, dan voel ik striemende wind, eindeloze modder en het gevoel snel naar binnen te willen. Ik geniet er niet van. Nooit gedaan.
Kerst, dat vind ik leuk. En echte winterkou. Doe me dat maar. Snijdende kou, bevroren wegdek, handschoenen en mutsen: heerlijk. Wintersport is mijn crack. Maar die eindeloze grijze halfschemerige treurnis waar Nederland in grossiert, daar heb ik echt een grafhekel aan. Was ik een boomer en/of pensionado, dan zou ik er zo eentje zijn die eind september naar Benidorm verkast. Ik kijk er nu al naar uit. Lekker aan het strand mijn romannetjes tikken, cocktailtje erbij, helemaal top. Maar tot die tijd moet ik toch deze droevenis zien door te komen, en dat doe ik, zoals je wellicht inmiddels begrijpt, met de frisheid van wilde tegenzin (wie deze referentie snapt krijgt tien punten).
Ik probeer sinds een aantal jaar om dit taaie septemberchagrijn zo snel mogelijk achter me te laten, en ik kom er langzaam achter dat dat het beste gaat door er juist niet tegen te vechten. Toen ik vanochtend de zwaarte voelde neerdalen, dacht ik: prima. Dan zijn we even een paar weken stikchagrijnig. We’ll live. Ondertussen neem ik me voor om toch maar alle dingen te doen die verstandige mensen me in de loop der jaren hebben aangeraden. Vorig jaar heb ik geïnvesteerd in zo’n peperdure regenjas van Bever. Tot mijn eigen verrassing moet ik toegeven dat die wel echt een verschil maakt: door de regen kunnen lopen zonder nat haar/gezicht/kleding te krijgen maakt even naar buiten gaan voor een boodschap opeens bijna… mogelijk.
Ook probeer ik in de herfstmaanden als een malloot mijn 5000 tot 10.000 stappen te halen, en wel door buiten rondjes te wandelen tussen de buien door. Helpt ook. En ja: ik slik al een paar jaar vitamines D, B12 en ijzer bij, en dat heeft ertoe geleid dat ik niet meer de hele dag wil slapen zodra de R in de maand zit. Er zit dus heus wel verbetering in de situatie.
Maar toch: het vooruitzicht van de maanden oktober, november en december blijft als een torenhoge berg aangekoekte en schimmelende afwas in een studentenkeuken, waar ergens in een pan een restje gekookte rijst ligt te fermenteren (heb je dat ooit geroken? Ik zweer je dat het de goorste meur is die je ooit tegenkomt).
En daarom mag ik deze hele week alle flauwe memes en reels delen, mag ik ranten over het begin van het schooljaar, en mag ik even stampvoeten als een peuter die geen lolly krijgt. Ik. Haat. Herfst!

Oh, die anekdote over fietsen naar school (door de polder) door weer en wind is zó herkenbaar! Ik heb ook daardoor gezworen niet meer door de regen te fietsen als het niet écht hoeft.
Kutbladeren…die ga ik proberen te leggen wanneer iemand op een regenachtige zondagmiddag een potje scrabble wil spelen. Ik haat spelletjes en regenachtige zondagmiddagen, maar voor het woord ‘kutbladeren’ maak ik een uitzondering.