Reizen
...blijft een haat-liefde-dossier.
Grappig genoeg was ik in mijn herinnering geen kind dat vaak last van heimwee had. Ik ging graag bij familie en vriendinnen logeren, en ja: soms wilde ik uiteindelijk toch nog naar huis, maar meestal had ik het prima naar mijn zin. Wat ik me wel kan herinneren was dat ik tijdens lange zomervakanties op een gegeven moment wel klaar was met kamperen, en ik heel graag terug naar huis wilde, naar mijn eigen kamer met honderdduizend knuffels en al mijn verzamelingen (berenbeeldjes, opschrijfboekjes, Forever Friend doosjes, en ga zo maar door). Maar de echte heimwee kwam pas met man en kind. Sinds ik een gezin heb, een fijn huis en een heel regelmatige routine, merk ik dat reizen steeds lastiger wordt.
Het gaat nog redelijk als we met z’n drieën op vakantie gaan. Dan verplaatsen we ons gezinsleven naar een andere plek, en alhoewel het even aanpassen is, en ik soms moeite moet doen om mentaal lekker op de rit te blijven, is het altijd fijn. Een ander verhaal is het wanneer ik alleen reis. Dat doe ik uitsluitend voor werk, dus veel en vaak is dat niet eens. Een paar keer per jaar zit ik een paar dagen in het buitenland. Meestal in Brussel, en vaak ook nog elders in Europa. Daar heb ik meetings met europarlementariërs over auteursrechten, of bezoek ik zusterorganisaties van ECSA, de Europese koepelorganisatie voor muziekauteursrechtenbelangen waarvan ik bestuurder ben. Ik vind het werk ontzettend leuk, de mensen zijn tof, en ik ben dol op het bezoeken van steden die ik nog niet goed ken. Al met al kan ik me altijd best verheugen op werktripjes.
En toch is het de eerste dag, of eerste twee dagen, elke keer weer keihard werken. Ik voel me onthecht, nerveus, en gek genoeg voel ik me vaak ook fysiek niet okee, alsof ik griep heb. Waar dat vandaan komt weet ik niet, maar het voelt alsof ik in de branding staan en grote golven over me heenslaan, en ik moet heel veel moeite doen om overeind te blijven staan en me niet te verslikken in het gore zoute water. Na die eerste dag is het ook altijd weer over, dan geniet ik van nieuwe indrukken, lange wandelingen, alle gesprekken. Maar waarom moet die eerste dag altijd zo ruk zijn?
De afgelopen dagen was ik in Brussel om te spreken met nieuwe Europarlementariërs over artificial intelligence. De eerste dag had ik meteen de belangrijkste klus op de agenda staan: in het Europees Parlement ten overstaan van een publiek van een paar honderd mensen een panel leiden over de opbrengsten van streaming voor songwriters. Nou is dat niet per se een klus waar ik normaal gesproken zenuwachtig voor zou zijn, maar ‘s ochtends werd ik wakker met hoofdpijn achter mijn ogen, zweetaanvallen en hartkloppingen. Alsof ik koorts had. Met heel veel moeite sleepte ik mezelf naar het ontbijt, daarna naar het Europees Parlement, en voordat het panel begon moest ik veel moeite doen om niet in slaap te vallen of naar de wc te rennen om over te geven. Mind you: ik was niet nerveus, ik voelde me gewoon ziek (en daardoor natuurlijk wel verrot).
Toen het panel begon, gebeurde wat bij mij altijd gebeurt als je me op een podium zet: alles valt van me af, en ik voel me prinsheerlijk. Het gesprek ging goed, mensen moesten lachen om onze grapjes, we kregen uitgebreid applaus, en na afloop ging het al iets beter met me. Ik dwong mezelf om na afloop niet naar mijn hotelkamer te gaan om in te storten, want daar ga ik me zelden beter door voelen, maar ik ging eten met collega’s, en daarna op tijd naar bed. De volgende ochtend was er - zoals altijd - niks aan de hand, en sindsdien ben ik weer helemaal op mijn plek hier.
Waarschijnlijk hangt mijn welzijn gewoon erg af van gewoontes en routines. Wanneer ik niet thuis ben (of wanneer Bram niet thuis is) vind ik het bijvoorbeeld ontzettend moeilijk om niet tot diep in de nacht youtubefilmpjes te kijken, en vind ik het al even moeilijk om ‘s ochtends niet door mijn wekker te slapen en mezelf te dwingen om op te staan. Niet dat die dingen normaal gesproken vanzelf gaan, maar wanneer ik vergezeld word van twee mensen die meehelpen de routine draaiend te houden, dan is het makkelijker om mee te liften. In mijn eentje word ik direct teruggeworpen in de tijd van voordat ik samenwoonde en mijn leven een totale chaos was. Gelukkig weet ik inmiddels dat als ik gewoon stug doordoe en mezelf dwing niet stil te vallen, dat het allemaal wel goedkomt. Maar toch vraag ik mezelf elke keer weer af: waarom kan ik niet gewoon van de hele reis genieten, en moet ik eerst zo’n rotdag door?
Ik ben erg benieuwd of er meer mensen zijn die dit ook hebben!


Honderd procent herkenbaar. Vroeger dacht ik nog wel eens dat het een bizar ongelukkig toeval was dat ik net op vakantie / vlak voor iets belangrijks ziek werd. Ook als ik er totaal niet nerveus over was en zelfs zin in had. Nu weet ik dat mijn lichaam gewoon zo reageert. Nee, ik ben niet ziek / ziek aan het worden en nee, het zit ook niet in mijn hoofd, want ik voel het allemaal echt. Maar ik weet ook dat het weer over gaat. Ik had vroeger ook nooit heimwee. Maar op een gegeven moment was een meerdaags festival te veel omdat ik op dag 3 alleen nog maar naar huis wil (en dat dan ook gewoon doe, als het kan).
Wij verplaatsen ons om de zoveel maanden naar een nieuwe tijdelijk woonplek en die eerste week is altijd weer even wennen, landen. Een jetlag gevoel zonder te hebben gevlogen of tijdzones te hebben gekruist. Het is niet zo erg als jij het beschrijft, maar alles kost net even iets meer moeite. Dat weten we nu en dus calculeren we het in. In die week doen we rustig aan, kiezen we wat eerder voor de makkelijke oplossing. Wat wel helpt is je eigen spulletjes om je heen en vasthouden aan je routine.