Hoe anderen opvoeden
...kan me echt woest maken.
Vorig weekend was het mooi weer, en spendeerden we de middag met vrienden en kinderen in een park. Er was ook water om lekker in te kliederen, met allerlei klimtoestellen en klouterparcours. Er was ook een vlot dat je zelf heen en weer kon trekken door erop te gaan staan en aan een touw te sleuren. De meisjes wilden dat graag een keer proberen, en dus gingen we aan de oever staan wachten tot het vlot onze kant op zou komen. Op het houten ding stond een jongen van een jaar of tien, die, midden op het water, wanhopig aan het natte touw trok, maar het vlot niet in beweging kreeg. Hij zag er al aardig vermoeid uit.
Aan de andere kant van het water stond een stel te wachten, zo te zien waren het de ouders. De vrouw zat op een hek op haar telefoon te kijken. De man stond op de vlonder en schreeuwde naar de jongen op het vlot.
“Trekken, slappeling! Gewoon doorzetten!”
Ik tuitte mijn oren. Hoorde ik dat goed?
“Maak nou eens een keer iets af, godverredomme! Het is altijd hetzelfde gezeik met jou!”
Ik voelde een woede in me opkomen die me altijd compleet overneemt wanneer ik zie dat een kind slecht behandeld wordt. Echt, het wordt zwart voor mijn ogen. Ondertussen was de jongen op het vlot beginnen te huilen. Ik hoorde het niet, maar zag het aan zijn schokkende schouders. Ik ademde diep in en begon me groot te maken. Alsof ik daarmee iets zou kunnen doen. De vader schreeuwde onverminderd voort, terwijl de moeder geen spier verrok.
“Wij gaan ervandoor hoor, ik ga geen eeuw op je staan wachten. Dat zijn de consequenties van je domme keuzes, kutkind! Zo word je toch nooit een echte man? Gedraag je eens als een vent!”
Als deze vader hier in het openbaar zulke uitlatingen deed, dan kun je ervan uitgaan dat het er thuis, binnen vier muren, nog veel heftiger aan toegaat. Dat is mijn stellige overtuiging. Ik stond al klaar om mijn longen leeg te schreeuwen richting de overkant. Ik wist ook al wat ik wilde schreeuwen. Maar ik bedacht me net op tijd, dacht aan de kinderen naast me, en dat ik hen niet het idee wilde geven dat naar elkaar schreeuwende ouders een normaal fenomeen zijn. Ik besloot iets anders te doen. Ik ging zitten op de vlonder, boog me over het water, en begon demonstratief aan het touw te trekken. Toen het vlot - tot verbazing van de jongen - in beweging kwam keek ik lang en indringend naar de overkant, om te zien of de vader besefte dat zijn zoon geholpen werd. Hij zag het, gooide zijn handen in de lucht in een afwerend gebaar, draaide zich om.
“Kom, we gaan. Ik ga niet op deze onzin wachten,” riep hij veel te hard in de richting van moeder, zodat wij het ook zouden horen. Moeder stond onmiddellijk op van het hekje en ging achter haar man aan. De jongen gilde nog dat ze even moesten wachten, en dat deden ze uiteindelijk - maar wel pas tientallen meters verderop. De paniek en het verdriet van de jongen ging door merg en been, en ik moest moeite doen om niet alsnog dwars door het ondiepe water richting zijn ouders te banjeren om ze eens flink de les te lezen. Ik wilde de jongen zo graag het gevoel geven dat niet alle volwassenen hem de huid volschelden, maar dat zou ik niet kunnen zonder een enorme scene te trappen. Ik ken mezelf, als ik een weerwoord krijg in dit soort situaties, dan verander ik zelf ook in een agressief monster, geen haar beter dan de vader in kwestie. En dus richtte ik al mijn woede op dat natte, stugge touw, dat ik centimeter na centimeter verder trok, tot de jongen met een grote sprong op de kant sprong en richting zijn ouders rende.
Ik dacht aan hoe het moest zijn om op te groeien met zo’n vaderfiguur, en moest mijn tranen bedwingen, dwars door mijn woede heen.
Pas na een paar minuten, toen we weer verder liepen omdat het veel te lang zou duren om het vlot zonder passagier weer naar onze kant te trekken, besefte ik waar mijn woede vandaan kwam. Het was de pijn van die jongen, absoluut, maar het was meer. Zo’n vader, met zijn geschreeuw over dat zijn zoon nooit een “echte man” zou worden, en zogezegd geen doorzettingsvermogen zou vertonen, is de reden dat het patriarchaat zich nog altijd naadloos voortzet van de ene generatie op de volgende. Al zolang mijn dochter naar school gaat vraag ik me af hoe het toch kan dat kinderen, zodra ze zich in een groep bevinden, klakkeloos overnemen dat roze alleen voor meisjes is en dat jongens beter zijn met lego en treintjes, terwijl we thuis zo ons best doen om geen traditionele gendernormen voor te spiegelen. Toen ik de vader vanaf de waterkant tegen zijn zoon hoorde schreeuwen besefte ik eens te meer dat er nog zo veel vaders zijn die hun zoons inpeperen (of inslaan) wat mannelijkheid zou moeten zijn. Het zal ongetwijfeld komen vanuit hun eigen trauma, door hun eigen gebrekkige opvoeding, en het is pijnlijk te zien dat ze hun pijn zo klakkeloos doorgeven. Ik zou deze vader zo veel meer zekerheid, openheid en veiligheid gunnen, om van daaruit zijn zoon te kunnen grootbrengen tot een man wiens zelfbeeld niet aan elkaar hangt van toxische masculiniteit. Maar er is maar weinig wat we kunnen doen. Toekijken, en proberen stilzwijgend een ander beeld neer te zetten. Dat van een veilige, behulpzame volwassene.
Het voelt als een veel te klein gebaar. Het voelt machteloos. Maar meer is er niet.

Ik ben opgegroeid met zo'n vader en heb vaak het ongemak van omstanders gevoeld. Een ouder die dan juist heel lief of behulpzaam was liet mij ook even voelen dat wat mijn vader deed niet normaal was. Dit soort momenten van toen helpen nu in mijn verwerkingsproces. Wat je doet voor zo'n kind doet er toe, écht!
Dat doe je groots Aafke. Door de jongen een helpende hand toe te steken en zo een ander voorbeeld te geven. En ook door niet bij je eerste boze verontwaardigde impuls te blijven, maar verder te kijken en proberen ruimte te maken voor de vader/ouders. Hoe gek het er ook uitziet, de meeste ouders willen het goede doen voor hun kind. Dat wil niet zeggen dat het ze ook altijd lukt. Ze zijn meer geholpen met compassie dan met oordeel. Jouw moeite daarvoor is groots en helpt wel degelijk.