Het vertrek van Omtzigt
...vervult me met tegenstrijdige gevoelens
Als voorvechter van openheid rondom mentale gezondheid kan ik alleen maar respect hebben voor de manier waarop Pieter Omtzigt de afgelopen jaren heeft gecommuniceerd over zijn psychische problemen. Toen hij op een cruciaal moment, net voor de verkiezingen, aangaf zich te moeten terugtrekken thuis om te herstellen van een burnout, vond ik dat een vorm van broodnodige openheid in het Haagse klimaat, dat voor velen verstikkend en uitputtend is. Politicus zijn op het nationale toneel is een voorrecht, een verantwoordelijkheid, maar maakt je ook kwetsbaar. Er is de constante druk van achterban, sociale media, landelijke media, er zijn bedreigingen, er is de publieke opinie, en dan nog de arena van het openbare debat. Het succesvol navigeren van al die krachten, zonder integriteit en motivatie te verliezen, is niet velen gegund. Omtzigt heeft het bijzonder lang volgehouden, en toegeven dat hij zich vertild had aan het oprichten en leiden van een eigen partij, getuigde wat mij betreft van een grote menselijkheid.
Maar terwijl mijn respect voor Omtzigt groeide wat betreft zijn openheid over psychische problemen, slonk mijn respect voor hem als politicus als sneeuw voor de zon. Waar ik hem in 2019 nog persoonlijk leerde kennen als een groot vechter tegen onrechtvaardigheid in mijn eigen strijd tegen het CBR (dat mijn rijbewijs wilde afnemen vanwege mijn depressie), werd na de verkiezingswinst van NSC al snel duidelijk dat hij zich - net als vele anderen die hem voor gingen - direct liet leiden door opportunisme en angst om zetels te verliezen. Zijn agenda bleek, zoals ik al vreesde, toch voornamelijk aartsconservatief te zijn, en de nieuwe bestuurscultuur was na een paar weken vooral nog iets waar in memes aan gerefereerd werd. De wurggreep waarin de coalitiepartijen elkaar houden geeft de PVV vrij spel om een destructieve en oliekoekdomme agenda door te voeren zonder dat er grenzen of consequenties in zicht zijn.
Omtzigts kracht, zijn doorzettingsvermogen en onvermogen om zich te verenigen met onrecht, waren niet genoeg om ook een verbindend leider of zelfs maar een tactisch slim en integer politicus te kunnen zijn. Zijn gedrag werd hoe langer hoe grilliger en onverdraagzamer naar zijn collega’s, en juist onhebbelijk verdraagzaam naar wat zijn politieke vijanden zouden moeten zijn. En de openheid over zijn mentale gesteldheid maakte dat er nu ook openlijk gespeculeerd werd over wat men al snel “labiel gedrag” ging noemen in de pers en op sociale media. Het is deel van de onmogelijke positie waarin je je begeeft wanneer je je als bekend persoon openlijk uit als psychisch instabiel. Je geeft anderen munitie en macht om aan je te twijfelen, en toch is het de enige manier om verandering te brengen in het taboe dat nog steeds heerst op mentaal welzijn. In dat licht is het sterk dat Omtzigt nu zelf de conclusie trekt dat zijn psychische gezondheid de Haagse politiek niet langer trekt, en dat hij daar wederom zeer open over is.
Maar dat laat niet onverlet dat Omtzigts politieke legacy er een is die wat mij betreft niet te prijzen is. Hij hielp op persoonlijke titel de PVV aan een plek in een coalitie, hij wrong zich in alle mogelijke bochten om zichzelf en zijn partij ondanks al het wangedrag van collega-machthebbers toch maar in het pluche te houden, en werkte op die manier actief mee aan de brute afbraak van onderwijs, wetenschap en GGZ - juist de sectoren waarvoor hij had beloofd op te komen. Omtzigt bouwde mee aan het grootste politieke gedrocht dat ons naoorlogse land kende, en laat ons ermee achter. Het is lastig me aan de indruk te onttrekken dat hij, nu het écht moeilijk is geworden, alles uit zijn handen laat vallen, en nooit meer achterom kijkt. Als dat puur om mentaal welzijn zou gaan, dan zou ik spreken van noodzakelijke zelfzorg. Maar is deze stap niet ook het gevolg van de zelf aangezwengelde afbraak van Omtzigts eigen politieke en persoonlijke integriteit? Natuurlijk lopen die zaken door elkaar, en bestaan ze beiden. Ik probeer niet te oordelen over zijn psychische gezondheid, maar moet erkennen dat ik vermoed dat Omtzigts werk en het falen van zijn partij niet bijdraagt aan zijn herstel. Integendeel.
Omtzigts afscheid laat nog maar eens zien dat selectief activisme geen vrijwaring is van politieke verantwoordelijkheid. Omtzigts openheid rondom zijn burnout mag dan bijdragen aan het maatschappelijke gesprek rondom mentaal welzijn, zijn politieke nalatenschap is er een van afbraak, achteruitgang en zelfs kwaadaardigheid. Als ik had kunnen kiezen, had ik liever gehad dat hij had gezwegen over zijn burnout, en Wilders niet aan een coalitie had geholpen.

Je verwoordt precies wat ik bedoel. Dank daar voor. Het mogelijk maken van een regering met pvv overschaduwt alles wat hij in het verleden deed,
Dank voor dit genuanceerde stuk, helemaal mee eens. De motie die NSC binnen een paar weken na vorming kabinet indiende om de transgenderwet niet meer te behandelen in de tweede kamer was wat mij betreft een ondersteunend (en stuitend) voorbeeld van het totaal loslaten van principes ten behoeve van electoraal gewin.