Daar komt hij dan: de plaat...
...en daarmee twintig lagen van onzekerheid.
Het album was al een jaar af, maar zoals dat gaat: er kwamen dingen tussendoor. Soms moet een album halsoverkop af en is de release een race tegen de klok, ditmaal was het andersom. Er kwam eerst, op uiterst rustig tempo, een aantal singles, daarna scheurde ik mijn kruisband, moest ik een operatie ondergaan, en opeens waren we een jaar later. Lange tijd dachten we (ik, mijn management, en mijn label): we wachten tot ik er helemaal bovenop ben, zodat ik full force de promo-werkzaamheden in kan. Maar nu moet ik definitief een tweede operatie in april, en God weet wanneer ik weer echt de oude ben. Opeens keken we aan tegen een plaat die al bijna twee jaar oud zou zijn voordat ik hem “gezond” kan releasen, en dat was echt te gortig. Daarom gaan we er nu voor, we brengen hem uit voordat ik weer onder het mes ga, zodat ik met een half functionerend (maar functionerend nonetheless) been de promo in kan. En zo komt het dat het nu opeens toch nog heel snel gaat.
Maar dat hele hollen-of-stilstaan zat al in deze plaat. Er lagen al wel twintig demo’s klaar toen onze goede vriend en beeldend kunstenaar Daan Gielis in mei 2023 overleed. Net voordat hij stierf had hij een van zijn laatste werken voltooid: een happy/sad-emoji, speciaal voor het artwork van mijn nieuwe album. Bram en ik lieten de emoji allebei pontificaal op onze hand tattooëren, we gebruikten hem voor het artwork van de eerste singles (waaronder Ultraviolet), maar alle demo’s leken ineens niet meer relevant in het licht van Daans dood. Ze gingen namelijk niet over zijn dood, en de dood van een vriend maakt alles plotseling irrelevant. Ik moest opnieuw beginnen.
Toen de single Ultraviolet uitkwam, eind 2023, kreeg ik veel persaandacht, en mocht ik voor het eerst optreden in een van mijn favoriete vlaamse programma’s: De zevende dag. De single werd opgenomen in de playlist van Radio 1 in België, en ik was over the moon. Maar in de weken die volgden maakte ik een cruciale fout. Totaal geobsedeerd bleef ik elke dag de playlists van de radiostations refreshen om te kijken of mijn single gedraaid werd. En eerlijk is eerlijk: dat gebeurde te weinig. Om een referentie te geven: mijn succesvolste singles werden een paar keer per dag gedraaid, waardoor ze (soms) in de hitlijsten terechtkwamen en mooie geldbedragen in het laatje brachten. Ultraviolet? Not so much. Eens in de paar dagen werd hij een keer gedraaid. Omdat het nummer over Daan gaat en mijn verwachtingen zo hooggespannen waren, maakte dat me helemaal gek. Ik bleef maar staren naar de playlists, de streamingcijfers, en bleef mezelf maar tegen het hoofd slaan: Hoe? Kan? Dit???
Ik denk dat iedere artiest dit heeft, natuurlijk. Het is een soort val waar je in blijft trappen. Je laat de verwachtingen voor een release/publicatie/première tot in de hemel groeien, en eigenlijk maakt het niet meer uit wat er vervolgens gebeurt: de teleurstelling en verslagenheid is onvermijdelijk. Die valkuil ontwijken is elke keer weer een bewuste keuze, en eerlijk is eerlijk: het lukt gewoon niet altijd.
De singles die in 2024 volgden hadden wisselend resultaat, maar dat is volkomen normaal: singles hebben ALTIJD wisselende resultaten, er zijn maar weinig voorbeelden van artiesten die elke release consistent succes hebben. De release van Blij deed niet zo veel, maar daarna volgden Donker (veel airplay op Radio 1), Monotoon (mijn allereerste airplay op Radio 2 Nederland!) en als klap op de vuurpijl We Zijn Zo Jong, die grijsgedraaid werd in België, en die ik op 5 december mocht zingen in een uitverkochte Lotto Arena. Als ik het zo achter elkaar zet, zijn dat echt mooie resultaten. Toch is het gevoel dat ik eraan overhou: onzekerheid. Twijfel. Dat heeft niks te maken met de resultaten en reacties, maar alles met mijn eigen houding en geschiedenis.
Elke release trekt een vat onzekerheden open. Zolang muziek alleen bij mij ligt, is het veilig. Zodra ik het de wereld in gooi, kunnen mensen erop reageren, of (erger!) het compleet links laten liggen. Toch zijn reacties hetgeen waar ik als maker misschien wel het hardst naar verlang, en dus doe ik het toch elke keer weer: dingen de wereld in slingeren, kijken wat er gebeurt. En terwijl ik wacht op reacties: bracing myself.
Nu komt het album er opeens/niet opeens aan, en probeer ik me zo sensible mogelijk voor te bereiden. Vorige week had ik een fotoshoot met de awesome Philine van den Hul in haar tot studio omgetoverde oude garage in Den Haag. Het vroor dat het kraakte, maar de sfeer was warm en veilig en de foto’s zijn echt amazing geworden. Het zijn woorden die artiesten zo vaak gebruiken dat ze geen enkele betekenis meer hebben, maar ik ga ze toch gebruiken: ik kan niet wachten om de beelden met jullie te delen. En dat is zo’n fijn gevoel: ik ben enthousiast en hoop jullie mee te kunnen nemen in dat enthousiasme.
En uiteindelijk geldt datzelfde voor de songs die op het album staan: ze zijn me zo dierbaar dat ik me niet kan voorstellen dat anderen er niet net zo enthousiast van worden. Gedeelde opgetogenheid is het beste gevoel ooit, maar een lauwe reactie veroorzaakt iets wat zich nog het meest laat vergelijken met een mengeling van intens liefdesverdriet en ongekend onrecht. En dus sta ik hier met mijn vingers gekruist, mijn ogen dicht en mijn adem ingehouden. Here it comes!


Ben heel benieuwd!
Wat je schrijft over dat nauwlettend in de gaten houden van de reacties of het succes van je nummer herken ik ook wel hier op Substack. Zodra ik een nieuwsbrief publiceer, blijf ik kijken of er al likes of reacties zijn. Voor mij is dit femomeen nieuw, omdat ik nooit iets heb gehad met social media. Maar als je iets persoonlijks van jezelf of jouw maaksel de wereld in slingert, doet dat blijkbaar toch iets met je.