Boekenbal
...nummer 7 alweer.
De zenuwen van de eerste keer, in 2018, beperken zich tot lichte paniek op de dag zelf. Vreemd, want inmiddels ken ik het Boekenbal als mijn broekzak. Dat is niet zo raar, want in wezen is het elk jaar exact hetzelfde feestje. De eerste keer dat ik ging was in 2018, een paar maanden voordat mijn debuutroman verscheen. Ik kreeg wel honderd keer te horen dat ik echt in mijn handjes mocht knijpen dat ik een uitnodiging had gekregen, want dat gebeurde normaal nooit als je nog niks gepubliceerd hebt. Inmiddels is het 2026, en miste ik alleen de editie van 2020, wegens een heftige en aanhoudende depressie. Was achteraf niet zo erg, want het bal bleek dat jaar, een paar dagen voordat het hele land in lockdown ging, een superspread-event te zijn geweest. In 2021 was er geen Boekenbal, vanwege corona, en verder ben ik ieder jaar geweest. En toch blijf ik altijd een beetje nerveus, wat pas ophoudt als ik binnenloop op de uitgeverij voor de traditionele pizza en borrel vooraf.
Het thema was dit jaar weer legendarisch on-inspirerend wat betreft outfits (“generaties”, wat moet ik daar nou mee?), dus ik ben volledig in het zilver: jurk met grote pofmouwen, laarzen, holografische oogschaduw. Esther, mijn redacteur, stelt me - inmiddels ook een jaarlijkse traditie - voor aan een auteur die voor het eerst naar het bal gaat. Als hij hoort dat ik ieder jaar “mag” is hij verbaasd. Ik haal ‘m direct uit de droom. “Dat is omdat ik zo veel volgers op Tiktok heb,” zeg ik. “Daar is het CPNB gevoelig voor.” Esther wijst me meteen terecht. “Nee joh, dat is omdat je boeken zo goed gelezen worden door jongeren!” Kijk, dat is waarom ze zo’n goede redacteur is, reageer ik. Altijd bezig haar eigen auteurs te hypen.
In de rij voor de schouwburg begint het meteen ijzig te regenen. Een voorbijganger blijft staan. “Wat is er hier aan de hand?” Dat is ook een traditie: in de vrieskou op het Leidseplein in je galakleding uitleggen dat je in de rij staat voor het Boekenbal. En dat wachten, dat hoort er ook bij. Het hoort bij de Boekenweek: die rij verkleumde schuifelende gala-gasten, al dan niet met paraplu. Dat is de voorpret.
Binnen vloog ik meteen naar de dansvloer op het podium van de grote zaal. Dat doe ik het liefst. Lekker dansen op de muziek, die ieder jaar exact hetzelfde is en dus vertrouwd. Een richtingloze potpourri van liederen die maar één ding met elkaar gemeen hebben: men kan ze meezingen. ABBA, Dreetje Hazes, house-klassiekers - het komt allemaal voorbij, en het fijne van ouder worden is dat ik definitief geen enkele schaamte meer ken, en dus gewoon helemaal losga, ook nuchter, met net wie er op dat moment om me heen staat. En net als ieder jaar zie ik de vaste spelers voorbijkomen hier, op weg naar de bar of de wc. Er zijn schrijvers, veel schrijvers. Veel mensen uit het boekenvak, ook. Dan zijn er de topsporters die boeken hebben geschreven over het kweken van doorzettingsvermogen. Er zijn de influencers die zelfhulpboeken verkopen bij bosjes. De mensen van tv waarvan je je elk jaar afvraagt waarom precies ze een uitnodiging hebben gekregen, maar de rode loper wil ook wat, natuurlijk. Er zijn stellen die innig met elkaar dansen, waarvan ik altijd denk: dan moet je het wel echt gemaakt hebben, want als je allebei een uitnodiging scoort dan ben je of allebei succesvol auteur, of een van beiden is zo laaiend belangrijk dat ‘ie een +1 heeft gekregen (wat vrijwel never nooit gebeurt).
Na een uur of wat help ik mezelf eraan herinneren dat ik niet de fout moet maken op de dansvloer te blijven hangen tot sluitingstijd. Dat is verleidelijk, maar weerhoudt me van dat andere unieke en fantastische aspect van het Boekenbal: het lopen door de gangen van de schouwburg.
En dus begin ik te lopen. Nog voordat ik van de dansvloer af ben, op het trappetje de zaal in, blijf ik voor het eerst haken. Want dat is het: je loopt rond en blijft vanzelf ergens achter haken. Het is Nynke de Jong, met wie ik in 2004 Nederlands ging studeren in Utrecht. We hadden toen al de meest sarcastische humor en de meest kritische vragen, beide eigenschappen konden niet op veel waardering rekenen van de docenten. “Oh mijn hemel, ik krijg een TIA van alle leuke mensen hier!” zegt ze terwijl we knuffelen (dat doet iedereen hier: knuffelen). Ik snap precies wat ze bedoelt.
Ik vervolg mijn looproute, blijf haken achter de immer fabuleuze Joost van Bellen, die me voorstelt aan twee journalisten die een boek schrijven over Pride. Ik ken hen niet, maar sta vervolgens een lang en serieus adviesgesprek over carrièrekeuzes te voeren op het rookbalkon, waarna we ieder onze eigen weg vervolgen. Daar zie ik die schrijver wiens gezicht ik elke keer in mijn gezicht gesmeerd krijg wanneer ik inlog op de site van Lira om te kijken hoeveel leenvergoeding ik heb verdiend met mijn boeken. Elke keer weer denk ik terug aan het moment dat hij me in een grote zaal zou gaan interviewen. Net voordat de gordijnen opengingen zaten we nog even casual te kletsen, toen het gesprek (hoe dat ging kan ik me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren) kwam op samen oud worden als getrouwd koppel. “Ik vind dat knap hoor, als mannen het lukt om bij hun vrouw te blijven,” zei hij met een uitgestreken gezicht. “Ik bedoel: het is gewoon biologisch bepaald dat mannen vrouwen na hun dertigste gewoon niet meer aantrekkelijk vinden. Daar kunnen wij niks aan doen.”
Nee, niet iedereen is leuk op het Boekenbal, maar het fijne is dat je betreffende personen gewoon straal voorbij kunt lopen. Beneden in de foyer zitten twee mensen elkaars gezicht grondig af te likken, zij bij hem op schoot. Ik word om de hals gevlogen door een instagram-collega. “Schat, wat zie je er prachtig uit!” zegt ze. “Wij gingen net even snuiven!” Ik knik haar bemoedigend toe. “Dat mag,” zeg ik, alsof ik haar moeder ben. Uitgelaten neemt ze weer afscheid. Ik vervolg langzaam maar zeker mijn weg richting de garderobe. Door alle weerhaken duurt het lang voor ik daar arriveer. Dat is niet erg, dat is precies zoals het Boekenbal hoort te zijn.

Ik wil zo graag een keer naar het boekenbal, lijkt me echt geweldig!